Een bhv’er moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. Niet alleen in theorie, maar vooral op het moment dat er echt iets gebeurt. Een melding kan over van alles gaan. Er kan iemand gewond zijn geraakt. Er kan rook worden gezien. Er kan een brandmelder afgaan. Er kan een gaslucht hangen in de kantine. Of een collega kan onwel zijn geworden op een andere afdeling. Op dat moment schakel je als bhv’er over van je gewone werk naar je bhv-taak. Dat betekent niet dat je zomaar gaat rennen of direct iets doet. Je moet eerst veilig en logisch beoordelen wat er aan de hand is. Daarna bepaal je wat nodig is: eerste hulp verlenen, een bluspoging doen, ontruimen, hulp inschakelen of professionele hulpdiensten opvangen. Bhv draait om overzicht, veiligheid en samenwerking. Je doet wat nodig is, maar je blijft steeds controleren of de situatie veilig blijft.